RILATINE : een noodzaak?

 

De voorbije weken was er veel te doen over de terugbetaling van Rilatine. Sociale Zaken (Minister Delmotte) voorziet een terugbetaling onder zeer strikte voorwaarden. In artsenkrant werden ze als volgt samengevat: “Op basis van een omstandig schriftelijk verslag, opgesteld door een (kinder)neuroloog of (kinder)psychiater, en toegevoegd bij de aanvraag, kan een terugbetaling toegekend worden door de adviserend geneesheer van de mutualiteiten voor maximum 6 maanden. Deze terugbetaling kan telkens verlengd worden met periodes van maximum 12 maanden, en dit op basis van een omstandig evolutieverslag, opgesteld door de hierboven vermelde geneesheer-specialist, dat aantoont dat de verderzetting van de behandeling medisch verantwoord is. “
Hierop kwam een uitgesproken reactie van algemene pediaters - wiens voorschrift niet voor terugbetaling in aanmerking komt – en in mindere mate van huisartsen.Gezien wij steeds overtuigd waren dat Rilatin slechts voor een beperkt aantal patiënten met ADHD aangewezen is, zijn wij ook van oordeel dat de indicatiestelling voor terugbetaling van Rilatin streng dient gesteld te worden. Maar met “Zit Stil” zijn wij van oordeel dat het reserveren van het voorschrift aan kinderneurologen en kinderpsychiaters niet de goede oplossing is. Veel pediaters – en ook huisartsen – hebben gedurende lange jaren expertise opgedaan met deze aandoening. Deze dreigt nu teloor te gaan. Maar wat ons nog erger lijkt is dat door de terugbetalingsregeling een probleem dat in eerste instantie psycho-sociaal en pedagogische dient benadert te worden, totaal gemedicaliseerd wordt. Waar de huisarts en de pediater voeling houden met het milieu van de ADHD-er, dreigt dit volledig te verdwijnen bij neurologen en psychiaters.
Daarom meen ik dat het goed is het ‘ADHD-verhaal’ – dat in drie afleveringen in Nua – Gezond lifestyle-magazine’ verscheen in ons AIG – E-MAGZINE op te nemen.

M.B.


ADHD : een verhaal van jagers en landbouwers

Niemand stelde de diagnose

Bertje was nauwelijks drie jaar toen zijn ouders verhuisden naar een nieuwe wijk.. Terwijl ze nog bezig waren het huis in te richten trad plots paniek op : Bertje was verdwenen. Hij zou toch niet in een van de vele bouwputten gevallen zijn. Drie kwartier later kwam het verlossende bericht van oma: Bert was daar toegekomen, blootsvoets, zijn sandaaltjes onder de arm. Alhoewel hij de weg hoogstens één keer gedaan had, was hij er op zijn eentje op uitgetrokken. Hierbij was hij de drukke verkeersader Antwerpen-Breda overgestoken en had al het verkeer voor zich doen stoppen. Zijn sandaaltjes, die hij verkeerd had toegedaan, had hij onder de weg uitgedaan.

Enkele maanden later stond op de school – waar ook Bertjes moeder les gaf – het bijgebouwtje met de toiletten plots onder water. Bert had een kraantje gevonden, dat niemand wist staan en het opengedraaid. Nauwelijks vier experimenteerde hij in de achterkeuken van vrienden met een thermometer. Hij hield een lucifer aan het kolfje met de alcohol. De thermometer en eizona de ganse keuken vloog in brand.

Nauwelijks vijf, kreeg Bert een broertje. Kort voor het bezoekuur, bood hij zich in het moederhuis aan. De zuster vertelde hem dat het nog te vroeg was. Als hij tot honderd kon tellen, zou ze hem toelaten. Wellicht nooit heeft een kleuter zo snel tot honderd geteld. Met hoge verwachtingen ging Bertjes moeder dan ook een jaar later de resultaten van een eerste proef rekenen opvragen Vierenhalf op tien! Bertje vond dat het wel volstond, wanneer hij tien van de twintig sommetjes had gemaakt!.

Stilzitten in de klas was er niet bij, en eens moesten twee leerkrachten hem de trap op en de klas indragen. Hij wilde gewoon verder spelen op de speelplaats. Bert werd getest op het centrum van Prof. Dellaert en daar hij op vijf jaar aan het eerste studiejaar begonnen was, hield men het op ‘niet schoolrijp’ en gaf het advies hem op een Steinerschool te plaatsen. Na het tweede studiejaar werd Bert naar een streng college gestuurd. Met het nodige strafschrijven en van tijd tot tijd een oorveeg, doorspartelde hij probleemloos het lager onderwijs. Hij eindige in de kop van de klas, maar steeds met de bemerking: ‘Kan veel beter’.

In de humaniora veranderde hij tweemaal van richting (Latijn-Grieks -> Latijn-Wiskunde -> Wiskunde-Wetenschappen. Van Latijn en Grieks had Bert snel zijn buikje vol. Hij zou toch economie of ingenieur gaan studeren. Met een minimum aan inzet kwam hij – hakken over de sloot – zijn middelbare studies door, zonder enig herexamen. Wanneer de leerstof hem eens uitermate boeide of de leraar zeer boeiend les gaf, vond je hem voor dat vak aan de top. Globaal vormde het programma te weinig uitdaging en Bert engageerde zich in alle buitenschoolse activiteiten en in verenigingen in de wijk. Al bij al behaalde hij op zeventienjarige leeftijd zijn diploma.

In het laatste jaar van de humaniora voelde Bert zich opeens geroepen tot een missionarisbestaan. Hij ging verwoed opnieuw Latijn studeren, frequenteerde enkele kloosters en abdijen en studeerde gedurende drie jaar filosofie en theologie. Daarna hield hij het voor bekeken en moest zonodig de langste studie aanvatten: geneeskunde. Gebrek aan beweging en de frites van het studentenrestaurant, deden de kilo’s eraan vliegen en zijn huisarts schreef hem Bifetamine T20 voor, een combinatie van 2 amfetamines in tamelijk lichte dosis. Deze staan reeds lang op de ‘narcoticalijst’ en zijn in gans Europa van de markt getrokken. In de 60- en 70-er jaren werden zij courant gebruikt als vermageringsmiddel. Ze gaven de gewenste gewichtsreductie en lieten Bert bovendien toe meer dan 12 uur per dag geconcentreerd te werken. Naast zijn studies, kon hij actief deelnemen aan de beweging rond mei ’68. Hij was actief in verschillende sociale en politieke studentenverenigingen. De problemen begonnen slechts wanneer hij tegen het einde van zijn studies wou afkikken. Met veel inspanning, een enorme dosis wilskracht en de steun van zijn partner slaagde hij er in beetje bij beetje de dosis te verlagen.

Nog tijdens zijn medische studies trad Bert in het huwelijk. Nauwelijks negen maanden later werd een eerste dochter geboren. Bert studeerde af en vestigde zich als huisarts. Maar ook het traditionele huisartsenbestaan gaf hem onvoldoende stimulansen. Hij begon aan opleidingen in school en arbeidsgeneeskunde en volgde seminaries over toegepaste psychologie. Hij flirtte met acupunctuur en manuele geneeskunde, en verdiepte zich in andere domeinen. Hij gaf les aan verpleegaspiranten en engageerde zich in de locale politiek. En toch slaagde Bert erin over de jaren heen een stabiele prakrijk uit te bouwen. Daarnaast genoot hij aanzien als bestuurslid van verschillende verenigingen.

Wanneer ik de anekdoten en gebeurtenissen uit het leven van Bert -zo beknopt mogelijk – weergeef, is het omdat Bert duidelijk een ADHD-persoonlijkheid vertoont. En toch heeft niemand voor zijn vijftigste ooit de diagnose van ADHD uitgesproken. Iedereen beschouwde Bert als een geëngageerde persoonlijkheid, iemand die graag initiatief nam en die duidelijk geslaagd was in het leven. Het is enkel doordat hij beroepshalve boeken ging lezen over ADHD hij zijn eigen levensloop in hoge mate herkende in de ADHD-persoonlijkheid.

ADD (Atention deficit disorder) wordt gekenmerkt door : aandachtstekort, impulsiviteit en het nemen van risco’s/rusteloosheid. Als je daar nog hyperactiviteit bijvoegt krijg je ADHD (Atention Deficit Hyperactivity Disorder). Aanvankelijk dacht men dat kinderen uit ADHD uitgroeiden, maar nu weet men ze volwassenen met ADHD worden, waarbij de hyperactiviteit dikwijls afneemt. In België wordt het aantal kinderen met ADHD op 3-5% gerekend, het aantal volwassenen op 1-3%. ADHD is ook geen alles-of-niets-diagnose. Men kan in mindere of meerdere mate kenmerken van ADHD vertonen. We maken onderscheid tussen een ADHD-persoonlijkheid en een ADHD-patiënt.


ADHD-persoonlijkheid: de voornaamste kenmerken:

In zijn boek “ADHD. De complete gids voor kinderen en volwassenen” (Uitg. EPO) bespreekt Thom Hartmann - zelf vader van een ADHD-zoon - de voornaamste kenmerken van ADHD:

- snel afgeleid. Ze merken alles in hun omgeving op. Daarom is het bv. moeilijk een gesprek met hen te voeren wanneer de TV opstaat.
- intens maar kortstondig aandacht schenken. Sommige zaken gaan reeds na 30 seconden vervelen, anderen kunnen gedurende uren en dagen volgehouden worden. Ze scoren laag bij saaie en oninteressante taken. Dikwijls zijn ze een job snel beu en hebben ze meerdere huwelijken of korte maar intense relaties.
- Gebrek aan organisatie, gepaard aan impulsieve beslissingen. ADHD-persoonlijkheden hebben moeite met organisatie en planning. In hun wanorde vinden ze niets terug. Ze worden afgeleid door een nieuwe prikkel en reageren hier impulsief op.
- Verstoord tijdsbesef. ADHD-ers kampen met een enorme tijdsdruk, wanneer ze met iets bezig zijn. Dit leidt tot chronisch ongeduld. Wanneer ze niet druk bezig zijn, leidt dit tot verveling, wat dikwijls alcohol- (en zelfs drug-) misbruik tot gevolg heeft. Emotioneel schipperen zij tussen kortdurende hoogtes en langer aanhoudende laagtes.
- Grote moeite om instructies te volgen. Hiervoor bestaan drie verklaringsmodellen: 1) ze kunnen onvoldoende hun aandacht focussen omdat ze voortdurend afgeleid zijn.; ze hebben de instructies niet volledig gehoord en begrepen; 2) door hun sterke onafhankeljkheidsdrang laten ze zich niet graag vertellen wat te doen of hoe zich te gedragen; 3) verbale informatie wordt niet tot een mentale voorstelling omgevormd en daardoor slecht in het kortetermijngeheugen opgeslagen. Deze omzetting zou een aangeleerd gedrag zijn, dat verworven wordt tussen 2 en 5 jaar, eerder dan een storing in de hersenbedrading. Het kan later nog door zelfinstructie aangeleerd worden.
- Grotere neiging tot depressieve klachten en dagdromen. Dit zou verband kunnen hebben met een afwijkend glucose metabolisme (het treedt voornamelijk op na glucoserijke maaltijden). Maar ook verveling en lusteloosheid die door een gebrek aan uitdagingen ontstaat zou kunnen aangezien worden als depressie.
- Risicogedrag. ADHD-ers nemen risico’s en maken de gekste bokkensprongen in hun overtuigingen. Maar het zijn ook snelle beslissers en daarom zijn ze sterk vertegenwoordigd onder de ondernemers.
- Snel geërgerd en ongeduldig. Mensen met ADHD zijn recht voor de raap en doen soms botte, spontane uitspraken. Zij hebben voor alles een oplossing, zelfs wanneer ze soms ondoordacht of verkeerd is.

Afhankelijk van de dominantie van bepaalde symptomen onderscheidt men 3 subtypen van ADHD, met name:
• het overwegend onoplettende type, ook wel ADD genoemd
• het overwegend hyperactief-impulsieve type
• het gecombineerde type

Ben jij een ADHD-persoonlijkheid?

In hun boek “Driven to distraction” (Pantheo Press 1994) geven Hallowell en Ratey twintig criteria voor ADHD aan. Personen waarbij er hiervan twaalf of meer chronisch en in meerdere mate aanwezig zijn dan bij hun leeftijdsgenoten, hebben waarschijnlijk een ADHD-persoonlijkheid. Ze moeten ook aanwezig zijn in de kindertijd en niet verklaard worden door andere medische of psychiatrische afwijkingen. We sommen ze hier op (zie kader). Je kan voor jezelf even de test doen. Let wel op: wanneer je meer dan twaalf maal oké antwoordt heb je waarschijnlijk een ADHD-persoonlijkheid, maar daarom ben je nog geen patiënt! Verdere toelichting kan je ook vinden bij Tom Hartmann.

Ben jij een ADHD-persoonlijkheid?

1. Een gevoel van onderprestatie, van het niet bereiken van doelstellingen, ongeacht in hoeverre dit ook werkelijk zo is.
2. Gebrek aan organisatie
3. Chronisch uitstellen en moeite met aanvangen van een taak.
4. Met honderd en één dingen tegelijk bezig zijn maar niets afmaken.
5. De neiging hebben om dingen eruit te flappen, ongeacht of de opmerking gepast is in de gegeven omstandigheden.
6. Een constante zoektocht naar hevige stimulatie.
7. Zich snel vervelen
8. Snelle afleidbaarheid, problemen met het richten van de aandacht, de ‘neiging’ weggezogen te worden in het midden van een pagina of gesprek, vaak gekoppeld aan een vermogen tot hyperfocus op bepaalde momenten.
9. Vaak creatief, hoog begaafd.
10. Moeite hebben met het volgen van gevestigde regels en geijkte procedures
11. Ongeduldig en lage frustratiedrempel
12. Impulsief, zowel verbaal als in activiteiten (bv. geld uitgeven)
13. De neiging zich eindeloos, grenzeloos zorgen te maken (paniek), soms zonder aandacht voor de reële gevaren, dan weer risico’s minimaliserend.
14. Gevoel van nakend onheil en onzekerheid, afgewisseld met het nemen van grote risico’s.
15. Stemmingsschommelingen, depressie, vooral na het breken met een persoon of een project
16. Rusteloosheid. Deze komt bij volwassenen in de plaats van de hyperactiviteit bij kinderen.
17. Neiging tot verslaving aan alcohol, roesmiddelen, gokken ….
18. Chronisch tekort aan eigenwaarde (negatief zelfbeeld) ten gevolge van onderwaardering en frustraties
19. Een gebrekkige zelfobservatie. Onvoldoende zelfkennis en besef van de impact op anderen leiden tot verkeerd begrepen en gekwetst worden.
20. Familiegeschiedenis van ADHD, manisch-depressief zijn, depressie, middelenmisbruik en andere stoornissen in stemming en impulscontrole. ADHD is genetisch bepaald.

Jagers of landbouwers

We kunnen ons nu de vraag stellen of al deze eigenschappen van de ADHD-persoonlijkheid alleen maar negatief en destructief zijn. Om dit te beantwoorden moeten we tienduizend jaar teruggaan. De eerste mensenmaatschappij was een maatschappij van jagers. Wanneer we nog eens terugkijken naar de drie belangrijkste eigenschappen van de ADHD-er, dan blijken die niet zo slecht te passen bij iemand die van de jacht moet leven. Een jager moet zijn omgeving voortdurend afscannen, zowel om zijn prooi te vinden als om zijn eigen hachje te redden. Maar dit is juist wat we afleidbaarheid of aandachtstekort noemen. Ook de impulsiviteit is belangrijk voor de jager. Wanneer hij een konijn volgt en op eens een hert ziet heeft hij niet de tijd om te gaan zitten overdenken wat hij nu het best zou doen. Hij moet gewoon impulsief een beslissing nemen en één van beiden volgen. En wat met het risicovol gedrag? De jager die in zijn grot blijft zitten en nadenkt over hoe hij de gevaren kan vermijden, zal zelfs geen reebokje schieten!

Hartmann stelt zich hierbij de vraag of het zou kunnen of ADHD een aanpassing van de evolutie is. M.a.w. zijn wat wij beschouwen als symptomen van ADHD een aantal neurologisch aangeleerde gedragingen die de mens nodig had in de primitieve jagerscultuur, maar die vandaag – vooral in het klaslokaal – onaangepast overkomen? Als kwaliteiten van goede jagers noteert hij :
- Jagers kunnen volledig opgaan in de jacht. Alhoewel het concentratievermogen van een jager over het algemeen zwak is, kan hij hyperfocussen op het ogenblik dat de prooi opduikt. Tijd is elastisch: op het ogenblik van extreme concentratie vliegt de tijdij; op een ander moment kan de jager zich totaal vervelen.
- Jagers zijn flexibel en kunnen in een fractie van een seconde hun strategie wijzigen. Structuur is niet zo erg van tel, wel het vermogen om heel snel beslissingen te nemen.
- Jagers kunnen enorme energieopstoten opwekken voor de jacht. Ze kunnen hierbij hun genzen overschrijden en zichzelf kweten. Maar hun uithoudingsvermogen is dikwijls laag.
- Jagers zijn visuele denkers. Beelden zijn belangrijker dan woorden of gevoelens. Ze zijn niet erg geïnteresseerd in het abstracte.
- Ze adoreren de jacht maar hebben lak aan alledaagse karweitjes. Jagers schieten de beer, maar hebben nood aan mensen die hem villen.
- Jagers trotseren gevaren die ‘normale’ mensen uit de weg gaan.
- Jagers stellen hoge eigen aan zichzelf en aan hun omgeving. Daarbij zijn hun frustratiedrempel en hun geduld zeer laag.

We zien dat de symptomenlijst van ADHD en de eigenschappen van een goede jager sterk paralel lopen.

Ongeveer tienduizend jaar geleden kreeg de agrarische maatschappij de bovenhand. Jagers werden boeren. Aan landbouwers worden totaal andere eisen gesteld dan aan jagers. Ze mogen niet snel afgeleid worden door prikkels uit de omgeving. Ze kunnen een lichtere maar constante inspanning lange tijd volhouden. Daardoor kunnen ze een zelfde taak dagen, en zelfs weken uitvoeren. Ze nemen beslissingen op lange termijn en voeren deze ook nauwkeurig uit. Ze stellen plannen op voor een gans jaar. Landbouwers gaan zich niet snel vervelen. Ze geven er niet om dat bepaalde activiteiten repetitief zijn en veel tijd in beslag nemen. Landbouwers zijn team-mensen. Ze kunnen zich goed inleven in de behoeften en gevoelens van anderen. Ze verenigen zich en leven in gemeenschap. Ze hebben oog voor detail en zijn voorzichtig. Ze rekenen risico’s in op lange termijn. Ze gaan meer geduld hebben met anderen.

Het is begrijpelijk dat jagerstypes (ADHD) zich moeilijk in deze landbouwmaatschappij kunnen integreren. Er is in de loop van de jaren een natuurlijke selectie opgetreden, waarbij de landbouwers in het voordeel waren, zodat er nog maar 5% jagers overschieten.

ADHD-temperament


We hebben er reeds op gewezen dat niet ieder ADHD-type tot en ADHD-patiënt moet worden. Waarschijnlijk bestaat er zoiets als een ADHD-temperament. Alhoewel de meeste mensen niet zomaar in het vakje jager of landbouwer te plaatsen zijn, kunnen we deze archetypes toch gemakkelijk herkennen. Reeds Carl Jung beschreef in het begin van de twintigste eeuw een manier om persoonlijkheden te bekijken en te onderscheiden, gebaseerd op de manier waarop mensen informatie uit hun omgeving ervaren en beslissingen nemen. Isabel Meyers baseerde hierop de Meyers-Briggs Type Indicator. Een vragenlijst van zeventig vragen laat toe jezelf te positioneren op vier bipolaire karaktereigenschappen.
• Extrovert (Extrovert) - Introvert (Introvert) - Extroverte mensen halen hun energie uit hun omgeving en andere mensen, terwijl Introverten energie opdoen door alleen te zijn met hun gedachten en ideeën.
• Gewaarwordend (Sensing) - Intuïtief (iNtuition) - De gewaarworders zijn meer geneigd aandacht te besteden aan feiten en details. Intuïtieve mensen richten zich op het nut van de feiten en de relaties die tussen de feiten bestaan. Je type intelligentie kan dus concreet of. abstract zijn.
• Denken (Thinking) - Voelen (Feeling) - Denkers geven de voorkeur aan objectiviteit en logica terwijl Voelers de voorkeur geven aan een persoonlijke benadering. Dit bepaalt je voorkeur wanneer je belangrijke beslissingen moet nemen
• Oordelend (Judging) - Opmerkzaam (Perceiving) - Oordelers gaan met structuur en organisatie te werk om iets tot een goed einde te brengen. Opmerkzamen prefereren flexibiliteit en aanpassingsvermogen.

Nogal wat ADHD-persoonlijkheden vertonen een ENFP-profiel bij Meyers-Briggs. Dit wordt getypeerd als ‘De Inspirator’. Deze wordt omschreven als enthousiast, idealistisch en creatief. Hij kan bijna alles wat hem interesseert. Hij heeft uitstekende vaardigheden om met mensen om te gaan. Hij wil zijn leven leiden in overeenstemming met zijn innerlijke waarden en normen. Hij wordt opgewonden door nieuwe ideeën maar vindt details saai. Hij is open-minded en flexibel, met een breed scala aan interesses en vaardigheden.

Uit deze omschrijving blijkt dat ADHD-persoonlijkheden heel wat mogelijkheden bieden. Veel heeft te maken met een goede begeleiding van hun ontplooiing. Daarenboven werd in verschillende onderzoeken een hoge correlatie vastgesteld tussen ADHD en hoogbegaafdheid.

Problemen op school

De meeste auteurs zijn het er over eens dat het belangrijkste element in de behandeling van jongeren met ADHD een juiste begeleiding is, zowel binnen als buiten de school.

Zonder al te die in te gaan op de neurologische verschillen kunnen we stellen dat er een verschil is in de manier waarop prikkels worden verwerkt door ‘normale’ en door ADHD-persoonlijkheden. De selectie van deze prikkels gebeurt hoofdzakelijk in de thalamus en in het Reticulair Activatie Systeem (RAS). Bij normale personen is deze filter weinig selectief en laat prikkels met een normale intensiteit door. Bij ADHD-patiënten is de filter veel selectiever. Opdat de hersenschors voldoende zou gestimuleerd worden, gaan zij steeds op zoek naar nieuwe en intensere prikkels. Al snel wordt het te rustig of te saai in het klaslokaal en zij worden afgeleid. Ze zorgen er zelf voor dat er iets opwindend gebeurt, zodat de hersenschors opnieuw geprikkeld wordt.
Het vluchtig gedrag en de vlottende aandacht vormen een belemmering om de leerstof op een geordende manier te verwerken. Ondanks een goed verstand verloopt het automatiseringsproces anders dan gewoonlijk.
Door een onregelmatige overdracht van prikkels in de hersenen, wordt bepaalde informatie onvoldoende of onjuist opgenomen en vastgehouden.

ADHD-kinderen kunnen moeilijk stilzitten in de klas. En juist dit is een noodzakelijke vereiste voor de klassieke schoolse omgeving. Het is dan ook niet te verwonderen dat de ‘Vlaamse vereniging van ouders voor kinderen en jongeren met aandachtstoornissen , impulsief- en overbeweeglijk gedrag – ADHD’ zich presenteert onder het logo ‘Zit Stil’.(www.zitstil.be).

Zij beklemtoont dat “in het onderzoek veel aandacht moet besteed worden aan de manier waarop het kind - de jongere - met taken omgaat en moet gepeild worden naar de mate waarin de leerstof verworven is.
Buiten de effectieve testen, geven een klas- en eventueel een thuisobservatie zeer belangrijke informatie om het probleem juist in te schatten. Specifieke leerhulp of studiebegeleiding, revalidatie zijn vaak noodzakelijk. Tekorten in psychomotorische vaardigheden en strategische denkontwikkeling, zelfbeheersing, sociale vaardigheden en leermoeilijkheden vormen hiervoor de aanleiding. … Het centrum ZIT STIL (kan) begeleiding op zich nemen. Ook revalidatiecentra, diensten geestelijke gezondheidszorg en CLB-centra kunnen hierbij helpen. De meeste kinderen handhaven zich in de gewone school. Soms is een tijdelijke overgang naar type 8 of type 3 aangewezen.”

Thom Hartmann gaat hier een stap verder. Het zou ons te ver voeren alle concepten die hij in zijn boek weergeeft te analyseren. In grote lijnen komt het er op neer dat het kind (de jongere) niet alleen aan zijn omgeving moet aangepast worden, maar dat de omgeving in eerste insantie aan het kind dient aangepast te worden. De lessen en het schoollokaal moeten meer stimulerend gemaakt worden. Het belangrijkste is echter dant de jongeren (en ook de volwasenene met ADHD-persoonlijkheid) moet ‘herkaderd’ (reframed) worden.


Hartmann vertrekt van de vastelling dat conclusies omtrent ADHD bijna utsluitend getrokken worden uit groepen kinderen en volwassenen die op één of andere mannier falen of crashen in het leven. Daarom ging hij op zoek naar succesvolle of zeer succesvolle mensen, die als kinderen waren geconfronteerd met ernstige leerstoornissen zoals dyslexie en hyperkinesie (overbeweeglijkheid), zodat de ADHD- populatie hierin zeer goed vertegenwoordigd was. Alle succesrijke mensen gaan zowel hun doelstellingen als de stappen die nodig zijn om deze te bereiken , effectief in de hersenen visualiseren. Heel succesrijke mensen dachten daarenboven dat hun leerstoornissen of ADHD een talent was, geen ziekte. Juist in dit positief herinterpreteren van iets dat algemeen als afwijking wordt gezien, ligt het herkaderen of ‘reframen’. Wanneer een ADHD-kind er voortdurend wordt mee geconfronteerd dat het een afwijking vertoont, is dit vernietigend voor de eigenwaarde van dit kind. Door dat beeld te transformeren naar dat van ‘jagers in een landbouwmaatschappij’ geef je hen hoop en kan hun zelfbeeld totaal omslaan. Of zoals Anne-Marie van der Gouw (www.antenna.nl/hersenstorm) het uitdrukt :” Niet mogen zijn wie je in je diepste wezen bent, is de vernietigendste boodschap die een mens kan krijgen. Moeten we daarom niet massaal accepteren dat wij niet in de wieg zijn gelegd om rustig en ordentelijk te zijn (maar levendig en creatief)? Is het niet even waardevol, zo niet waardevoller, je te kunnen concentreren op/ bezighouden met een heleboel uiteenlopende zaken tegelijkertijd als een hoog concentratievermogen te hebben voor slechts één ding? En moeten wij niet onze unieke persoonlijkheid ontwikkelen en onze gaven uitbuiten in plaats van ons met man en macht proberen te conformeren aan mensen die een compleet andere aard hebben? “


Moeten we iedere ADHD-jongere medicamenteus behandelen?

Aan veel ADHD-kinderen wordt Rilatin (Ritaline) voorgeschreven. Volgens de klassieke opvatting zou Rilatin de remfunctie van de hersenen versterken. Inkomende prikkels worden door Ritalin eenvoudiger gefilterd. Hierdoor stijgt de mogelijkheid je gedachten op één ding te focussen Het bevordert tijdelijk de afgifte van dopamine en norepinefrine/noradrenaline, maar niet de aanmaak van deze neurotransmitters. Daarom werkt het slechts kortstondig.. Als de voorraad op is, valt de werking uit tot het lichaam een nieuwe voorraad heeft aangemaakt. Men is dan geneigd meer Rilatin te gaan geven, waardoor de neurotransmitters nog meer worden uitgeput.

Maar volgens Hartmaan zijn de hersenen van ADHD'ers juist ondergestimuleerd en is hyperactiviteit een zoektocht naar prikkels. Ritalin stimuleert nu juist het centraal zenuwstelsel en de ADHD-er voelt zich meer gestimuleerd en dus beter. Deze laatste zienswijze verklaart zowel het "uitstel- en afstelsyndroom" (alles wat onvoldoende stimulerend is wordt uitgesteld) alsook de drang van ADHD'ers naar opwinding en gevaar.
Ook ‘Zit stil’ stelt: “ (Rilatin) wordt uitsluitend onder toezicht van een arts toegediend omdat de dosis en werking verschillen van kind tot kind. Het heeft geen genezende werking maar scherpt gedurende een korte periode de functies aan die instaan voor de concentratie en de lichaamsbeheersing”. We kunnen dus zeker stellen dat Rilatin geen ‘genezing’ van ADHD inhoudt.
Bovendien heeft Rilatin heel wat nevenwerkingen. Ook de producent geeft dit toe. Het zou ons te ver leiden deze hier allemaal te gaan opsommen.. Daarom raden we gebruikers of de ouders van ADHD-kinderen aan aandachtig de bijsluiter te lezen. Vermelden wij hier enkel dat Rilatine juist de problemen kan veroorzaken die het zou moeten verbeteren, zoals onoplettendheid, hyperactiviteit en agressie. Wanneer tijdens de behandeling het onaangepast gedrag toeneemt is de kans groot dat men de dosis Rilatin gaat verhogen en zo in een vicieuze cirkel terecht komt. Of dat men kalmerende middelen (Mellaril, Haldol) gaat toedienen.
Rilatine kan eveneens spierspasmen van hoofd, nek- en gezicht veroorzaken. Ook hier bestaat het gevaar dat men deze als symptomen van ADHD gaat interpreteren en de dosis verhoogt. Rilatin kan kinderen angstig maken en er zelfs voor zorgen dat ze psychotisch gedrag ontwikkelen. De Amerikaanse psychiater Hoffer stelt dat de kans op autisme zou toenemen en een studie van Nashrallah (1986) bij volwassenen-ADHD-ers met langdurig Rilatin-gebruik suggereert dat optredende hersenatrofie (mede) aan de Rilatine zou te wijten zijn.

Besluitend kunnen we stellen dat een goed gecontroleerd gebruik van Rilatin, tijdelijk tot minder hyperactiviteit en een betere concentratie kunnen leiden, waardoor de schoolse prestatie kunnen toenemen. Maar het betekent zeker geen genezing voor ADHD-patiënten. Overmedicalisering is hier uit den boze.

Een gezonde geest in een gezond lichaam

Vooral vanuit orthomoleculaire hoek wordt beklemtoond dat ADHD-kinderen niet alleen neurologische maar ook biochemische afwijkingen vertonen. Van primordiaal belang is de ontregelde suikerstofwisseling. Niet alleen door snoep en frisdranken, maar ook door wit brood en andere geraffineerde deegwaren ontstaan er pieken in de suikerspiegel. Insuline wordt vrijgemaakt en er ontstaat hypoglycemie. Hierdoor komst glucose vrij uit de lever maar ook cortisol en (nor)adrenaline uit de bijnieren. Het orthosympatisch zenuwstelsel wordt verder gestimuleerd en komen we in een vicieuze cirkel terecht. Deze duivelskring wordt nog in de hand gewerkt door het overslaan van het ontbijt. Juist door de verstoorde suikerstofwisseling hebben ADHD-kinderen hier bijzonder behoefte aan. Het ontbijt moet rijk zijn aan trage ongeraffineerde suikers (fruit, muesli, …)

Ook de neurotransmitters in de hersenen zijn dikwijls uit balans. Er is een serotoninetekort en een gestoorde verhouding tussen dopamine en (nor)adrenaline. Dit leidt niet alleen tot onaangepast gedrag en hyperactiviteit, maar dikwijls ook (op volwassen leeftijd) tot depressie. Hier worden te gemakkelijk Prozac en andere antidepressiva voorgeschreven.

Tekorten aan essentiële vetzuren, Vitamine B3, B6 en Zink beïnvloeden de ontwikkeling van de hersenen Ons hersenweefsel bestaat voor de helft uit lipiden (vetten). Deze worden opgebouwd uit vetzuren. Een voldoende en juist aanbod van essentiële vetzuren is zeer belangrijk. Voor de geboorte is het kind hiervoor totaal afhankelijk van de moeder. Moedermelk is bovendien de enige voeding die deze langketenige essentiële vetzuren bevat. Deze zijn afkomstig van groenten, vis en ongeraffineerde granen, alsook zaden en noten. Er zal dus op gelet worden dat deze voldoende aanwezig zijn in de voeding van toekomstige en jonge moeders. Deze vetzuren mogen ook niet oxideren. Hiervoor is het noodzakelijk voldoende groeten en fruit te eten, desgevallend aangevuld met antioxidantia.

Ook vroeggeboortes en moeilijke bevallingen verhogen de kans op ADHD. Een optimale begeleiding van zwangerschap en geboorte – met voldoende rust en ontspanning en het vermijden van tabak, alcohol en zomogelijk medicatie staan hier centraal.

In onze hedendaagse industriële wereld staan kinderen bovendien veel meer bloot aan lood en andere zware metalen (uitlaatgassen, verven, neerslag op groeten en fruit en op alles wat kinderen in hun mond steken). Enerzijds is het ontgiftingsmechanisme veel minder ontwikkeld bij kinderen. Daarenboven zijn de onrijpe cellen van de hersenbloedvaten bij kinderen veel gevoeliger voor loodtoxiciteit.

ADHD of specifieke voedingsallergie

Een factor die tot op heden onvoldoende onderzocht is, is het verband tussen ADHD en voedselallergie. Meerdere auteurs hebben opgemerkt dat ADHD-kinderen dikwijls allergisch zijn aan courante voedingsmiddelen zoals melk, granen, nootjes, chocolade en geraffineerde suikers. Hiervoor kan een eenvoudig eliminatiedieet soms uitsluitsel brengen. Ook bewaarmiddelen, kleurstoffen, salicylaten (aspirine), fluorderivaten … kunnen allergie veroorzaken. Veelal gaat het om een opstapeling van verschillende stoffen. Soms kan echter een specifieke stof een zeer specifiek allergie te voorschijn roepen, waarvan de symptomen zeer sterk op ADHD gelijken. Wanneer eenvoudige maatregelen niet tot het gewenste resultaat leiden kan hier een uitgebreide voedingstolerantietest wenselijk zijn.

Besluiten we met Walter Faché (Orthofyto) : ‘Een behandeling van ADHD begint bij de preventie voor en tijdens zwangerschap en borstvoeding, en bij de voeding van het kleine kind. Eens de symptomen duidelijk zijn , is het belangrijk om op zoveel mogelijk fronten de oorzaken op te sporen en te elimineren, en de voeding en levenswijze zodanig aan te passen dat de ideale voorwaarden voor een goede hersenwerking gecreëerd worden en alle storende factoren zoveel mogelijk uitgesloten’.

Mark Bottu, arts – Januari
2003