De voorbije weken was er veel te doen over de
terugbetaling van Rilatine. Sociale Zaken (Minister Delmotte)
voorziet een terugbetaling onder zeer strikte voorwaarden. In
artsenkrant werden ze als volgt samengevat: “Op basis van
een omstandig schriftelijk verslag, opgesteld door een (kinder)neuroloog
of (kinder)psychiater, en toegevoegd bij de aanvraag, kan een
terugbetaling toegekend worden door de adviserend geneesheer van
de mutualiteiten voor maximum 6 maanden. Deze terugbetaling kan
telkens verlengd worden met periodes van maximum 12 maanden, en
dit op basis van een omstandig evolutieverslag, opgesteld door
de hierboven vermelde geneesheer-specialist, dat aantoont dat
de verderzetting van de behandeling medisch verantwoord is. “
Hierop kwam een uitgesproken reactie van algemene pediaters -
wiens voorschrift niet voor terugbetaling in aanmerking komt –
en in mindere mate van huisartsen.Gezien wij steeds overtuigd
waren dat Rilatin slechts voor een beperkt aantal patiënten
met ADHD aangewezen is, zijn wij ook van oordeel dat de indicatiestelling
voor terugbetaling van Rilatin streng dient gesteld te worden.
Maar met “Zit Stil” zijn wij van oordeel dat het reserveren
van het voorschrift aan kinderneurologen en kinderpsychiaters
niet de goede oplossing is. Veel pediaters – en ook huisartsen
– hebben gedurende lange jaren expertise opgedaan met deze
aandoening. Deze dreigt nu teloor te gaan. Maar wat ons nog erger
lijkt is dat door de terugbetalingsregeling een probleem dat in
eerste instantie psycho-sociaal en pedagogische dient benadert
te worden, totaal gemedicaliseerd wordt. Waar de huisarts en de
pediater voeling houden met het milieu van de ADHD-er, dreigt
dit volledig te verdwijnen bij neurologen en psychiaters.
Daarom meen ik dat het goed is het ‘ADHD-verhaal’
– dat in drie afleveringen in Nua – Gezond lifestyle-magazine’
verscheen in ons AIG – E-MAGZINE op te nemen.
M.B.
ADHD : een verhaal van jagers en landbouwers
Niemand stelde de diagnose
Bertje was nauwelijks drie jaar toen zijn ouders
verhuisden naar een nieuwe wijk.. Terwijl ze nog bezig waren het
huis in te richten trad plots paniek op : Bertje was verdwenen.
Hij zou toch niet in een van de vele bouwputten gevallen zijn.
Drie kwartier later kwam het verlossende bericht van oma: Bert
was daar toegekomen, blootsvoets, zijn sandaaltjes onder de arm.
Alhoewel hij de weg hoogstens één keer gedaan had,
was hij er op zijn eentje op uitgetrokken. Hierbij was hij de
drukke verkeersader Antwerpen-Breda overgestoken en had al het
verkeer voor zich doen stoppen. Zijn sandaaltjes, die hij verkeerd
had toegedaan, had hij onder de weg uitgedaan.
Enkele maanden later stond op de school –
waar ook Bertjes moeder les gaf – het bijgebouwtje met de
toiletten plots onder water. Bert had een kraantje gevonden, dat
niemand wist staan en het opengedraaid. Nauwelijks vier experimenteerde
hij in de achterkeuken van vrienden met een thermometer. Hij hield
een lucifer aan het kolfje met de alcohol. De thermometer en eizona
de ganse keuken vloog in brand.
Nauwelijks vijf, kreeg Bert een broertje. Kort
voor het bezoekuur, bood hij zich in het moederhuis aan. De zuster
vertelde hem dat het nog te vroeg was. Als hij tot honderd kon
tellen, zou ze hem toelaten. Wellicht nooit heeft een kleuter
zo snel tot honderd geteld. Met hoge verwachtingen ging Bertjes
moeder dan ook een jaar later de resultaten van een eerste proef
rekenen opvragen Vierenhalf op tien! Bertje vond dat het wel volstond,
wanneer hij tien van de twintig sommetjes had gemaakt!.
Stilzitten in de klas was er niet bij, en eens
moesten twee leerkrachten hem de trap op en de klas indragen.
Hij wilde gewoon verder spelen op de speelplaats. Bert werd getest
op het centrum van Prof. Dellaert en daar hij op vijf jaar aan
het eerste studiejaar begonnen was, hield men het op ‘niet
schoolrijp’ en gaf het advies hem op een Steinerschool te
plaatsen. Na het tweede studiejaar werd Bert naar een streng college
gestuurd. Met het nodige strafschrijven en van tijd tot tijd een
oorveeg, doorspartelde hij probleemloos het lager onderwijs. Hij
eindige in de kop van de klas, maar steeds met de bemerking: ‘Kan
veel beter’.
In de humaniora veranderde hij tweemaal van
richting (Latijn-Grieks -> Latijn-Wiskunde -> Wiskunde-Wetenschappen.
Van Latijn en Grieks had Bert snel zijn buikje vol. Hij zou toch
economie of ingenieur gaan studeren. Met een minimum aan inzet
kwam hij – hakken over de sloot – zijn middelbare
studies door, zonder enig herexamen. Wanneer de leerstof hem eens
uitermate boeide of de leraar zeer boeiend les gaf, vond je hem
voor dat vak aan de top. Globaal vormde het programma te weinig
uitdaging en Bert engageerde zich in alle buitenschoolse activiteiten
en in verenigingen in de wijk. Al bij al behaalde hij op zeventienjarige
leeftijd zijn diploma.
In het laatste jaar van de humaniora voelde
Bert zich opeens geroepen tot een missionarisbestaan. Hij ging
verwoed opnieuw Latijn studeren, frequenteerde enkele kloosters
en abdijen en studeerde gedurende drie jaar filosofie en theologie.
Daarna hield hij het voor bekeken en moest zonodig de langste
studie aanvatten: geneeskunde. Gebrek aan beweging en de frites
van het studentenrestaurant, deden de kilo’s eraan vliegen
en zijn huisarts schreef hem Bifetamine T20 voor, een combinatie
van 2 amfetamines in tamelijk lichte dosis. Deze staan reeds lang
op de ‘narcoticalijst’ en zijn in gans Europa van
de markt getrokken. In de 60- en 70-er jaren werden zij courant
gebruikt als vermageringsmiddel. Ze gaven de gewenste gewichtsreductie
en lieten Bert bovendien toe meer dan 12 uur per dag geconcentreerd
te werken. Naast zijn studies, kon hij actief deelnemen aan de
beweging rond mei ’68. Hij was actief in verschillende sociale
en politieke studentenverenigingen. De problemen begonnen slechts
wanneer hij tegen het einde van zijn studies wou afkikken. Met
veel inspanning, een enorme dosis wilskracht en de steun van zijn
partner slaagde hij er in beetje bij beetje de dosis te verlagen.
Nog tijdens zijn medische studies trad Bert
in het huwelijk. Nauwelijks negen maanden later werd een eerste
dochter geboren. Bert studeerde af en vestigde zich als huisarts.
Maar ook het traditionele huisartsenbestaan gaf hem onvoldoende
stimulansen. Hij begon aan opleidingen in school en arbeidsgeneeskunde
en volgde seminaries over toegepaste psychologie. Hij flirtte
met acupunctuur en manuele geneeskunde, en verdiepte zich in andere
domeinen. Hij gaf les aan verpleegaspiranten en engageerde zich
in de locale politiek. En toch slaagde Bert erin over de jaren
heen een stabiele prakrijk uit te bouwen. Daarnaast genoot hij
aanzien als bestuurslid van verschillende verenigingen.
Wanneer ik de anekdoten en gebeurtenissen uit
het leven van Bert -zo beknopt mogelijk – weergeef, is het
omdat Bert duidelijk een ADHD-persoonlijkheid vertoont. En toch
heeft niemand voor zijn vijftigste ooit de diagnose van ADHD uitgesproken.
Iedereen beschouwde Bert als een geëngageerde persoonlijkheid,
iemand die graag initiatief nam en die duidelijk geslaagd was
in het leven. Het is enkel doordat hij beroepshalve boeken ging
lezen over ADHD hij zijn eigen levensloop in hoge mate herkende
in de ADHD-persoonlijkheid.
ADD (Atention deficit disorder) wordt gekenmerkt
door : aandachtstekort, impulsiviteit en het nemen van risco’s/rusteloosheid.
Als je daar nog hyperactiviteit bijvoegt krijg je ADHD (Atention
Deficit Hyperactivity Disorder). Aanvankelijk dacht men dat kinderen
uit ADHD uitgroeiden, maar nu weet men ze volwassenen met ADHD
worden, waarbij de hyperactiviteit dikwijls afneemt. In België
wordt het aantal kinderen met ADHD op 3-5% gerekend, het aantal
volwassenen op 1-3%. ADHD is ook geen alles-of-niets-diagnose.
Men kan in mindere of meerdere mate kenmerken van ADHD vertonen.
We maken onderscheid tussen een ADHD-persoonlijkheid en een ADHD-patiënt.
ADHD-persoonlijkheid: de voornaamste kenmerken:
In zijn boek “ADHD. De complete gids voor
kinderen en volwassenen” (Uitg. EPO) bespreekt Thom Hartmann
- zelf vader van een ADHD-zoon - de voornaamste kenmerken van
ADHD:
- snel afgeleid. Ze merken alles in hun omgeving
op. Daarom is het bv. moeilijk een gesprek met hen te voeren wanneer
de TV opstaat.
- intens maar kortstondig aandacht schenken. Sommige zaken gaan
reeds na 30 seconden vervelen, anderen kunnen gedurende uren en
dagen volgehouden worden. Ze scoren laag bij saaie en oninteressante
taken. Dikwijls zijn ze een job snel beu en hebben ze meerdere
huwelijken of korte maar intense relaties.
- Gebrek aan organisatie, gepaard aan impulsieve beslissingen.
ADHD-persoonlijkheden hebben moeite met organisatie en planning.
In hun wanorde vinden ze niets terug. Ze worden afgeleid door
een nieuwe prikkel en reageren hier impulsief op.
- Verstoord tijdsbesef. ADHD-ers kampen met een enorme tijdsdruk,
wanneer ze met iets bezig zijn. Dit leidt tot chronisch ongeduld.
Wanneer ze niet druk bezig zijn, leidt dit tot verveling, wat
dikwijls alcohol- (en zelfs drug-) misbruik tot gevolg heeft.
Emotioneel schipperen zij tussen kortdurende hoogtes en langer
aanhoudende laagtes.
- Grote moeite om instructies te volgen. Hiervoor bestaan drie
verklaringsmodellen: 1) ze kunnen onvoldoende hun aandacht focussen
omdat ze voortdurend afgeleid zijn.; ze hebben de instructies
niet volledig gehoord en begrepen; 2) door hun sterke onafhankeljkheidsdrang
laten ze zich niet graag vertellen wat te doen of hoe zich te
gedragen; 3) verbale informatie wordt niet tot een mentale voorstelling
omgevormd en daardoor slecht in het kortetermijngeheugen opgeslagen.
Deze omzetting zou een aangeleerd gedrag zijn, dat verworven wordt
tussen 2 en 5 jaar, eerder dan een storing in de hersenbedrading.
Het kan later nog door zelfinstructie aangeleerd worden.
- Grotere neiging tot depressieve klachten en dagdromen. Dit zou
verband kunnen hebben met een afwijkend glucose metabolisme (het
treedt voornamelijk op na glucoserijke maaltijden). Maar ook verveling
en lusteloosheid die door een gebrek aan uitdagingen ontstaat
zou kunnen aangezien worden als depressie.
- Risicogedrag. ADHD-ers nemen risico’s en maken de gekste
bokkensprongen in hun overtuigingen. Maar het zijn ook snelle
beslissers en daarom zijn ze sterk vertegenwoordigd onder de ondernemers.
- Snel geërgerd en ongeduldig. Mensen met ADHD zijn recht
voor de raap en doen soms botte, spontane uitspraken. Zij hebben
voor alles een oplossing, zelfs wanneer ze soms ondoordacht of
verkeerd is.
Afhankelijk van de dominantie van bepaalde symptomen
onderscheidt men 3 subtypen van ADHD, met name:
• het overwegend onoplettende type, ook wel ADD genoemd
• het overwegend hyperactief-impulsieve type
• het gecombineerde type
Ben jij een ADHD-persoonlijkheid?
In hun boek “Driven to distraction”
(Pantheo Press 1994) geven Hallowell en Ratey twintig criteria
voor ADHD aan. Personen waarbij er hiervan twaalf of meer chronisch
en in meerdere mate aanwezig zijn dan bij hun leeftijdsgenoten,
hebben waarschijnlijk een ADHD-persoonlijkheid. Ze moeten ook
aanwezig zijn in de kindertijd en niet verklaard worden door andere
medische of psychiatrische afwijkingen. We sommen ze hier op (zie
kader). Je kan voor jezelf even de test doen. Let wel op: wanneer
je meer dan twaalf maal oké antwoordt heb je waarschijnlijk
een ADHD-persoonlijkheid, maar daarom ben je nog geen patiënt!
Verdere toelichting kan je ook vinden bij Tom Hartmann.
Ben jij een ADHD-persoonlijkheid?
1. Een gevoel van onderprestatie, van het niet
bereiken van doelstellingen, ongeacht in hoeverre dit ook werkelijk
zo is.
2. Gebrek aan organisatie
3. Chronisch uitstellen en moeite met aanvangen van een taak.
4. Met honderd en één dingen tegelijk bezig zijn
maar niets afmaken.
5. De neiging hebben om dingen eruit te flappen, ongeacht of de
opmerking gepast is in de gegeven omstandigheden.
6. Een constante zoektocht naar hevige stimulatie.
7. Zich snel vervelen
8. Snelle afleidbaarheid, problemen met het richten van de aandacht,
de ‘neiging’ weggezogen te worden in het midden van
een pagina of gesprek, vaak gekoppeld aan een vermogen tot hyperfocus
op bepaalde momenten.
9. Vaak creatief, hoog begaafd.
10. Moeite hebben met het volgen van gevestigde regels en geijkte
procedures
11. Ongeduldig en lage frustratiedrempel
12. Impulsief, zowel verbaal als in activiteiten (bv. geld uitgeven)
13. De neiging zich eindeloos, grenzeloos zorgen te maken (paniek),
soms zonder aandacht voor de reële gevaren, dan weer risico’s
minimaliserend.
14. Gevoel van nakend onheil en onzekerheid, afgewisseld met het
nemen van grote risico’s.
15. Stemmingsschommelingen, depressie, vooral na het breken met
een persoon of een project
16. Rusteloosheid. Deze komt bij volwassenen in de plaats van
de hyperactiviteit bij kinderen.
17. Neiging tot verslaving aan alcohol, roesmiddelen, gokken ….
18. Chronisch tekort aan eigenwaarde (negatief zelfbeeld) ten
gevolge van onderwaardering en frustraties
19. Een gebrekkige zelfobservatie. Onvoldoende zelfkennis en besef
van de impact op anderen leiden tot verkeerd begrepen en gekwetst
worden.
20. Familiegeschiedenis van ADHD, manisch-depressief zijn, depressie,
middelenmisbruik en andere stoornissen in stemming en impulscontrole.
ADHD is genetisch bepaald.
Jagers of landbouwers
We kunnen ons nu de vraag stellen of al deze
eigenschappen van de ADHD-persoonlijkheid alleen maar negatief
en destructief zijn. Om dit te beantwoorden moeten we tienduizend
jaar teruggaan. De eerste mensenmaatschappij was een maatschappij
van jagers. Wanneer we nog eens terugkijken naar de drie belangrijkste
eigenschappen van de ADHD-er, dan blijken die niet zo slecht te
passen bij iemand die van de jacht moet leven. Een jager moet
zijn omgeving voortdurend afscannen, zowel om zijn prooi te vinden
als om zijn eigen hachje te redden. Maar dit is juist wat we afleidbaarheid
of aandachtstekort noemen. Ook de impulsiviteit is belangrijk
voor de jager. Wanneer hij een konijn volgt en op eens een hert
ziet heeft hij niet de tijd om te gaan zitten overdenken wat hij
nu het best zou doen. Hij moet gewoon impulsief een beslissing
nemen en één van beiden volgen. En wat met het risicovol
gedrag? De jager die in zijn grot blijft zitten en nadenkt over
hoe hij de gevaren kan vermijden, zal zelfs geen reebokje schieten!
Hartmann stelt zich hierbij de vraag of het
zou kunnen of ADHD een aanpassing van de evolutie is. M.a.w. zijn
wat wij beschouwen als symptomen van ADHD een aantal neurologisch
aangeleerde gedragingen die de mens nodig had in de primitieve
jagerscultuur, maar die vandaag – vooral in het klaslokaal
– onaangepast overkomen? Als kwaliteiten van goede jagers
noteert hij :
- Jagers kunnen volledig opgaan in de jacht. Alhoewel het concentratievermogen
van een jager over het algemeen zwak is, kan hij hyperfocussen
op het ogenblik dat de prooi opduikt. Tijd is elastisch: op het
ogenblik van extreme concentratie vliegt de tijdij; op een ander
moment kan de jager zich totaal vervelen.
- Jagers zijn flexibel en kunnen in een fractie van een seconde
hun strategie wijzigen. Structuur is niet zo erg van tel, wel
het vermogen om heel snel beslissingen te nemen.
- Jagers kunnen enorme energieopstoten opwekken voor de jacht.
Ze kunnen hierbij hun genzen overschrijden en zichzelf kweten.
Maar hun uithoudingsvermogen is dikwijls laag.
- Jagers zijn visuele denkers. Beelden zijn belangrijker dan woorden
of gevoelens. Ze zijn niet erg geïnteresseerd in het abstracte.
- Ze adoreren de jacht maar hebben lak aan alledaagse karweitjes.
Jagers schieten de beer, maar hebben nood aan mensen die hem villen.
- Jagers trotseren gevaren die ‘normale’ mensen uit
de weg gaan.
- Jagers stellen hoge eigen aan zichzelf en aan hun omgeving.
Daarbij zijn hun frustratiedrempel en hun geduld zeer laag.
We zien dat de symptomenlijst van ADHD en de
eigenschappen van een goede jager sterk paralel lopen.
Ongeveer tienduizend jaar geleden kreeg de agrarische
maatschappij de bovenhand. Jagers werden boeren. Aan landbouwers
worden totaal andere eisen gesteld dan aan jagers. Ze mogen niet
snel afgeleid worden door prikkels uit de omgeving. Ze kunnen
een lichtere maar constante inspanning lange tijd volhouden. Daardoor
kunnen ze een zelfde taak dagen, en zelfs weken uitvoeren. Ze
nemen beslissingen op lange termijn en voeren deze ook nauwkeurig
uit. Ze stellen plannen op voor een gans jaar. Landbouwers gaan
zich niet snel vervelen. Ze geven er niet om dat bepaalde activiteiten
repetitief zijn en veel tijd in beslag nemen. Landbouwers zijn
team-mensen. Ze kunnen zich goed inleven in de behoeften en gevoelens
van anderen. Ze verenigen zich en leven in gemeenschap. Ze hebben
oog voor detail en zijn voorzichtig. Ze rekenen risico’s
in op lange termijn. Ze gaan meer geduld hebben met anderen.
Het is begrijpelijk dat jagerstypes (ADHD) zich
moeilijk in deze landbouwmaatschappij kunnen integreren. Er is
in de loop van de jaren een natuurlijke selectie opgetreden, waarbij
de landbouwers in het voordeel waren, zodat er nog maar 5% jagers
overschieten.
ADHD-temperament
We hebben er reeds op gewezen dat niet ieder ADHD-type tot en
ADHD-patiënt moet worden. Waarschijnlijk bestaat er zoiets
als een ADHD-temperament. Alhoewel de meeste mensen niet zomaar
in het vakje jager of landbouwer te plaatsen zijn, kunnen we deze
archetypes toch gemakkelijk herkennen. Reeds Carl Jung beschreef
in het begin van de twintigste eeuw een manier om persoonlijkheden
te bekijken en te onderscheiden, gebaseerd op de manier waarop
mensen informatie uit hun omgeving ervaren en beslissingen nemen.
Isabel Meyers baseerde hierop de Meyers-Briggs Type Indicator.
Een vragenlijst van zeventig vragen laat toe jezelf te positioneren
op vier bipolaire karaktereigenschappen.
• Extrovert (Extrovert) - Introvert (Introvert) - Extroverte
mensen halen hun energie uit hun omgeving en andere mensen, terwijl
Introverten energie opdoen door alleen te zijn met hun gedachten
en ideeën.
• Gewaarwordend (Sensing) - Intuïtief (iNtuition) -
De gewaarworders zijn meer geneigd aandacht te besteden aan feiten
en details. Intuïtieve mensen richten zich op het nut van
de feiten en de relaties die tussen de feiten bestaan. Je type
intelligentie kan dus concreet of. abstract zijn.
• Denken (Thinking) - Voelen (Feeling) - Denkers geven de
voorkeur aan objectiviteit en logica terwijl Voelers de voorkeur
geven aan een persoonlijke benadering. Dit bepaalt je voorkeur
wanneer je belangrijke beslissingen moet nemen
• Oordelend (Judging) - Opmerkzaam (Perceiving) - Oordelers
gaan met structuur en organisatie te werk om iets tot een goed
einde te brengen. Opmerkzamen prefereren flexibiliteit en aanpassingsvermogen.
Nogal wat ADHD-persoonlijkheden vertonen een
ENFP-profiel bij Meyers-Briggs. Dit wordt getypeerd als ‘De
Inspirator’. Deze wordt omschreven als enthousiast, idealistisch
en creatief. Hij kan bijna alles wat hem interesseert. Hij heeft
uitstekende vaardigheden om met mensen om te gaan. Hij wil zijn
leven leiden in overeenstemming met zijn innerlijke waarden en
normen. Hij wordt opgewonden door nieuwe ideeën maar vindt
details saai. Hij is open-minded en flexibel, met een breed scala
aan interesses en vaardigheden.
Uit deze omschrijving blijkt dat ADHD-persoonlijkheden
heel wat mogelijkheden bieden. Veel heeft te maken met een goede
begeleiding van hun ontplooiing. Daarenboven werd in verschillende
onderzoeken een hoge correlatie vastgesteld tussen ADHD en hoogbegaafdheid.
Problemen op school
De meeste auteurs zijn het er over eens dat
het belangrijkste element in de behandeling van jongeren met ADHD
een juiste begeleiding is, zowel binnen als buiten de school.
Zonder al te die in te gaan op de neurologische
verschillen kunnen we stellen dat er een verschil is in de manier
waarop prikkels worden verwerkt door ‘normale’ en
door ADHD-persoonlijkheden. De selectie van deze prikkels gebeurt
hoofdzakelijk in de thalamus en in het Reticulair Activatie Systeem
(RAS). Bij normale personen is deze filter weinig selectief en
laat prikkels met een normale intensiteit door. Bij ADHD-patiënten
is de filter veel selectiever. Opdat de hersenschors voldoende
zou gestimuleerd worden, gaan zij steeds op zoek naar nieuwe en
intensere prikkels. Al snel wordt het te rustig of te saai in
het klaslokaal en zij worden afgeleid. Ze zorgen er zelf voor
dat er iets opwindend gebeurt, zodat de hersenschors opnieuw geprikkeld
wordt.
Het vluchtig gedrag en de vlottende aandacht vormen een belemmering
om de leerstof op een geordende manier te verwerken. Ondanks een
goed verstand verloopt het automatiseringsproces anders dan gewoonlijk.
Door een onregelmatige overdracht van prikkels in de hersenen,
wordt bepaalde informatie onvoldoende of onjuist opgenomen en
vastgehouden.
ADHD-kinderen kunnen moeilijk stilzitten in
de klas. En juist dit is een noodzakelijke vereiste voor de klassieke
schoolse omgeving. Het is dan ook niet te verwonderen dat de ‘Vlaamse
vereniging van ouders voor kinderen en jongeren met aandachtstoornissen
, impulsief- en overbeweeglijk gedrag – ADHD’ zich
presenteert onder het logo ‘Zit Stil’.(www.zitstil.be).
Zij beklemtoont dat “in het onderzoek
veel aandacht moet besteed worden aan de manier waarop het kind
- de jongere - met taken omgaat en moet gepeild worden naar de
mate waarin de leerstof verworven is.
Buiten de effectieve testen, geven een klas- en eventueel een
thuisobservatie zeer belangrijke informatie om het probleem juist
in te schatten. Specifieke leerhulp of studiebegeleiding, revalidatie
zijn vaak noodzakelijk. Tekorten in psychomotorische vaardigheden
en strategische denkontwikkeling, zelfbeheersing, sociale vaardigheden
en leermoeilijkheden vormen hiervoor de aanleiding. … Het
centrum ZIT STIL (kan) begeleiding op zich nemen. Ook revalidatiecentra,
diensten geestelijke gezondheidszorg en CLB-centra kunnen hierbij
helpen. De meeste kinderen handhaven zich in de gewone school.
Soms is een tijdelijke overgang naar type 8 of type 3 aangewezen.”
Thom Hartmann gaat hier een stap verder. Het
zou ons te ver voeren alle concepten die hij in zijn boek weergeeft
te analyseren. In grote lijnen komt het er op neer dat het kind
(de jongere) niet alleen aan zijn omgeving moet aangepast worden,
maar dat de omgeving in eerste insantie aan het kind dient aangepast
te worden. De lessen en het schoollokaal moeten meer stimulerend
gemaakt worden. Het belangrijkste is echter dant de jongeren (en
ook de volwasenene met ADHD-persoonlijkheid) moet ‘herkaderd’
(reframed) worden.
Hartmann vertrekt van de vastelling dat conclusies omtrent ADHD
bijna utsluitend getrokken worden uit groepen kinderen en volwassenen
die op één of andere mannier falen of crashen in
het leven. Daarom ging hij op zoek naar succesvolle of zeer succesvolle
mensen, die als kinderen waren geconfronteerd met ernstige leerstoornissen
zoals dyslexie en hyperkinesie (overbeweeglijkheid), zodat de
ADHD- populatie hierin zeer goed vertegenwoordigd was. Alle succesrijke
mensen gaan zowel hun doelstellingen als de stappen die nodig
zijn om deze te bereiken , effectief in de hersenen visualiseren.
Heel succesrijke mensen dachten daarenboven dat hun leerstoornissen
of ADHD een talent was, geen ziekte. Juist in dit positief herinterpreteren
van iets dat algemeen als afwijking wordt gezien, ligt het herkaderen
of ‘reframen’. Wanneer een ADHD-kind er voortdurend
wordt mee geconfronteerd dat het een afwijking vertoont, is dit
vernietigend voor de eigenwaarde van dit kind. Door dat beeld
te transformeren naar dat van ‘jagers in een landbouwmaatschappij’
geef je hen hoop en kan hun zelfbeeld totaal omslaan. Of zoals
Anne-Marie van der Gouw (www.antenna.nl/hersenstorm) het uitdrukt
:” Niet mogen zijn wie je in je diepste wezen bent, is de
vernietigendste boodschap die een mens kan krijgen. Moeten we
daarom niet massaal accepteren dat wij niet in de wieg zijn gelegd
om rustig en ordentelijk te zijn (maar levendig en creatief)?
Is het niet even waardevol, zo niet waardevoller, je te kunnen
concentreren op/ bezighouden met een heleboel uiteenlopende zaken
tegelijkertijd als een hoog concentratievermogen te hebben voor
slechts één ding? En moeten wij niet onze unieke
persoonlijkheid ontwikkelen en onze gaven uitbuiten in plaats
van ons met man en macht proberen te conformeren aan mensen die
een compleet andere aard hebben? “
Moeten we iedere ADHD-jongere medicamenteus behandelen?
Aan veel ADHD-kinderen wordt Rilatin (Ritaline)
voorgeschreven. Volgens de klassieke opvatting zou Rilatin de
remfunctie van de hersenen versterken. Inkomende prikkels worden
door Ritalin eenvoudiger gefilterd. Hierdoor stijgt de mogelijkheid
je gedachten op één ding te focussen Het bevordert
tijdelijk de afgifte van dopamine en norepinefrine/noradrenaline,
maar niet de aanmaak van deze neurotransmitters. Daarom werkt
het slechts kortstondig.. Als de voorraad op is, valt de werking
uit tot het lichaam een nieuwe voorraad heeft aangemaakt. Men
is dan geneigd meer Rilatin te gaan geven, waardoor de neurotransmitters
nog meer worden uitgeput.
Maar volgens Hartmaan zijn de hersenen van ADHD'ers
juist ondergestimuleerd en is hyperactiviteit een zoektocht naar
prikkels. Ritalin stimuleert nu juist het centraal zenuwstelsel
en de ADHD-er voelt zich meer gestimuleerd en dus beter. Deze
laatste zienswijze verklaart zowel het "uitstel- en afstelsyndroom"
(alles wat onvoldoende stimulerend is wordt uitgesteld) alsook
de drang van ADHD'ers naar opwinding en gevaar.
Ook ‘Zit stil’ stelt: “ (Rilatin) wordt uitsluitend
onder toezicht van een arts toegediend omdat de dosis en werking
verschillen van kind tot kind. Het heeft geen genezende werking
maar scherpt gedurende een korte periode de functies aan die instaan
voor de concentratie en de lichaamsbeheersing”. We kunnen
dus zeker stellen dat Rilatin geen ‘genezing’ van
ADHD inhoudt.
Bovendien heeft Rilatin heel wat nevenwerkingen. Ook de producent
geeft dit toe. Het zou ons te ver leiden deze hier allemaal te
gaan opsommen.. Daarom raden we gebruikers of de ouders van ADHD-kinderen
aan aandachtig de bijsluiter te lezen. Vermelden wij hier enkel
dat Rilatine juist de problemen kan veroorzaken die het zou moeten
verbeteren, zoals onoplettendheid, hyperactiviteit en agressie.
Wanneer tijdens de behandeling het onaangepast gedrag toeneemt
is de kans groot dat men de dosis Rilatin gaat verhogen en zo
in een vicieuze cirkel terecht komt. Of dat men kalmerende middelen
(Mellaril, Haldol) gaat toedienen.
Rilatine kan eveneens spierspasmen van hoofd, nek- en gezicht
veroorzaken. Ook hier bestaat het gevaar dat men deze als symptomen
van ADHD gaat interpreteren en de dosis verhoogt. Rilatin kan
kinderen angstig maken en er zelfs voor zorgen dat ze psychotisch
gedrag ontwikkelen. De Amerikaanse psychiater Hoffer stelt dat
de kans op autisme zou toenemen en een studie van Nashrallah (1986)
bij volwassenen-ADHD-ers met langdurig Rilatin-gebruik suggereert
dat optredende hersenatrofie (mede) aan de Rilatine zou te wijten
zijn.
Besluitend kunnen we stellen dat een goed gecontroleerd
gebruik van Rilatin, tijdelijk tot minder hyperactiviteit en een
betere concentratie kunnen leiden, waardoor de schoolse prestatie
kunnen toenemen. Maar het betekent zeker geen genezing voor ADHD-patiënten.
Overmedicalisering is hier uit den boze.
Een gezonde geest in een gezond lichaam
Vooral vanuit orthomoleculaire hoek wordt beklemtoond
dat ADHD-kinderen niet alleen neurologische maar ook biochemische
afwijkingen vertonen. Van primordiaal belang is de ontregelde
suikerstofwisseling. Niet alleen door snoep en frisdranken, maar
ook door wit brood en andere geraffineerde deegwaren ontstaan
er pieken in de suikerspiegel. Insuline wordt vrijgemaakt en er
ontstaat hypoglycemie. Hierdoor komst glucose vrij uit de lever
maar ook cortisol en (nor)adrenaline uit de bijnieren. Het orthosympatisch
zenuwstelsel wordt verder gestimuleerd en komen we in een vicieuze
cirkel terecht. Deze duivelskring wordt nog in de hand gewerkt
door het overslaan van het ontbijt. Juist door de verstoorde suikerstofwisseling
hebben ADHD-kinderen hier bijzonder behoefte aan. Het ontbijt
moet rijk zijn aan trage ongeraffineerde suikers (fruit, muesli,
…)
Ook de neurotransmitters in de hersenen zijn
dikwijls uit balans. Er is een serotoninetekort en een gestoorde
verhouding tussen dopamine en (nor)adrenaline. Dit leidt niet
alleen tot onaangepast gedrag en hyperactiviteit, maar dikwijls
ook (op volwassen leeftijd) tot depressie. Hier worden te gemakkelijk
Prozac en andere antidepressiva voorgeschreven.
Tekorten aan essentiële vetzuren, Vitamine
B3, B6 en Zink beïnvloeden de ontwikkeling van de hersenen
Ons hersenweefsel bestaat voor de helft uit lipiden (vetten).
Deze worden opgebouwd uit vetzuren. Een voldoende en juist aanbod
van essentiële vetzuren is zeer belangrijk. Voor de geboorte
is het kind hiervoor totaal afhankelijk van de moeder. Moedermelk
is bovendien de enige voeding die deze langketenige essentiële
vetzuren bevat. Deze zijn afkomstig van groenten, vis en ongeraffineerde
granen, alsook zaden en noten. Er zal dus op gelet worden dat
deze voldoende aanwezig zijn in de voeding van toekomstige en
jonge moeders. Deze vetzuren mogen ook niet oxideren. Hiervoor
is het noodzakelijk voldoende groeten en fruit te eten, desgevallend
aangevuld met antioxidantia.
Ook vroeggeboortes en moeilijke bevallingen
verhogen de kans op ADHD. Een optimale begeleiding van zwangerschap
en geboorte – met voldoende rust en ontspanning en het vermijden
van tabak, alcohol en zomogelijk medicatie staan hier centraal.
In onze hedendaagse industriële wereld
staan kinderen bovendien veel meer bloot aan lood en andere zware
metalen (uitlaatgassen, verven, neerslag op groeten en fruit en
op alles wat kinderen in hun mond steken). Enerzijds is het ontgiftingsmechanisme
veel minder ontwikkeld bij kinderen. Daarenboven zijn de onrijpe
cellen van de hersenbloedvaten bij kinderen veel gevoeliger voor
loodtoxiciteit.
ADHD of specifieke voedingsallergie
Een factor die tot op heden onvoldoende onderzocht
is, is het verband tussen ADHD en voedselallergie. Meerdere auteurs
hebben opgemerkt dat ADHD-kinderen dikwijls allergisch zijn aan
courante voedingsmiddelen zoals melk, granen, nootjes, chocolade
en geraffineerde suikers. Hiervoor kan een eenvoudig eliminatiedieet
soms uitsluitsel brengen. Ook bewaarmiddelen, kleurstoffen, salicylaten
(aspirine), fluorderivaten … kunnen allergie veroorzaken.
Veelal gaat het om een opstapeling van verschillende stoffen.
Soms kan echter een specifieke stof een zeer specifiek allergie
te voorschijn roepen, waarvan de symptomen zeer sterk op ADHD
gelijken. Wanneer eenvoudige maatregelen niet tot het gewenste
resultaat leiden kan hier een uitgebreide voedingstolerantietest
wenselijk zijn.
Besluiten we met Walter Faché (Orthofyto)
: ‘Een behandeling van ADHD begint bij de preventie voor
en tijdens zwangerschap en borstvoeding, en bij de voeding van
het kleine kind. Eens de symptomen duidelijk zijn , is het belangrijk
om op zoveel mogelijk fronten de oorzaken op te sporen en te elimineren,
en de voeding en levenswijze zodanig aan te passen dat de ideale
voorwaarden voor een goede hersenwerking gecreëerd worden
en alle storende factoren zoveel mogelijk uitgesloten’.
Mark Bottu, arts – Januari
2003
|